top of page
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Instagram
  • YouTube
Search

IN ORADOUR-SUR-GLANE STAAT DE TIJD AL MEER DAN 80 JAAR STIL...

  • koenmijnheer8
  • Jul 22
  • 4 min read

De Peugeot 202 van dokter Jacques Desourteaux staat al 82 jaar geparkeerd op de Champ de Foire in Oradour-sur-Glane. Het verhaal wil dat de dokter op zaterdag 10 juni 1944 aan het begin van de middag komt aanrijden nadat hij een patient had bezocht. Hij ziet dat de SS de bevolking van het dorp op het plein verzamelt, stopt zijn auto en voegt zich bij zijn vader Paul Desourteaux, de burgemeester.

 

De 3e compagnie van het SS-regiment Der Führer is ongeveer een uur eerder richting Oradour-sur-Glane vertrokken. Het zijn een kleine 200 zogenoemde Waffen-SS’ers die niet veel later het dorp omsingelen en de toegangswegen afsluiten. Alle inwoners en toevallige voorbijgangers worden naar Champ de Foire gedirigeerd.

 

Het is vier dagen na de invasie van geallieerde troepen in Normandië. Het Franse verzet voert in de dagen erna aanvallen uit op Duitse troepen en strategische doelen als verbindingswegen en spoorlijnen. De SS-divisie Das Reich krijgt de opdracht hard op te treden tegen verzetsgroepen en de bevolking af te schrikken. De manschappen hebben aan het Oostfront ervaring opgedaan met extreem gewelddadige represailles tegen hele dorpen.

 

In Oradour is 10 juni 1944 aanvankelijk een gewone zaterdag. Winkels zijn geopend, in café’s wordt druk gepraat, de scholen zijn open, kinderen spelen in de pauze en de tram uit Limoges brengt bezoekers van buiten naar het dorp, dat geldt als een regionaal centrum.

 

Ook voor Marguerite Rouffanche (46) is het een gewone zaterdag. Met haar man Jean heeft ze drie kinderen: Marcel, Jacqueline en Denise. Sinds zeven maanden is Marguerite ook oma van Christian. Het hele gezin wordt aan het begin van de middag door SS’ers naar het marktplein gedirigeerd. Daar staan inmiddels honderden mensen bijeen. Velen denken aan een identiteitscontrole of een zoektocht naar wapens.

 

Even na half drie worden mannen en vrouwen met kinderen gescheiden. Mannen worden in groepjes naar schuren, garages en werkplaatsen gebracht. Marguerite Rouffanche wordt met de vrouwen en de kinderen naar de kerk geleid. Vermoedelijk voor ondervraging. De vrouwen staan dicht opeen gepakt in de kerk als er rond half vier machinegeweren te horen zijn. Later blijkt dat SS’ers vrijwel gelijktijdig het vuur op de mannen openen op diverse locaties in het dorp.

 

Veel mannen worden in de benen geraakt om te voorkomen dat ze vluchten. De gewonden worden daarna nog eens beschoten en vervolgens worden er bij de lichamen stro, hout en andere brandbare stoffen aangestoken.

 

In de kerk waar de vrouwen en kinderen verzameld zijn wordt dan een kist of een explosief voorwerp tot ontploffing gebracht. Er ontstaat dikke rook. Van buitenaf schieten SS’ers door ramen en deuren. Marguerite Rouffanche slaagt erin om vanuit een drie meter hoog raam achter het altaar naar buiten te springen. Ze wordt beschoten en vijf keer getroffen, maar ze slaagt er ondanks de verwondingen in om tientallen meters verderop in een tuin onder bossages een schuilplaats te vinden.

 

Terwijl SS’ers de omgeving uitkammen op overlevenden, het dorp plunderen en zich tegoed doen aan champagne en voorraden van de plaatselijke wijnhandelaren, houdt ze zich zo stil mogelijk. Het duurt een etmaal voordat ze wordt opgemerkt. De Duitsers hebben het dorp inmiddels verlaten. Marguerite Rouffanche verliest een man, drie kinderen en een kleinzoon. Ze doet er een jaar over om te herstellen van haar verwondingen.

 

Zonder fundament, haar gezin, haar leven van vóór de slachting, keert ze jaren later terug naar het nieuwe, herbouwde Oradour-sur-Glane. Ze draagt het immense verlies de rest van haar leven met zich mee. Wat houdt haar op de been? Daarover zegt ze in de daarop volgende jaren weinig. Ze wordt omschreven als bescheiden, terughoudend en is getekend door wat ze meemaakte.

 

Misschien was het wel de verantwoordelijkheid die ze voelde om te getuigen. De enige overlevende uit de kerk. Als in 1953 een 21 daders van de slachting in Oradour worden berecht, legt Marguerite een indringende verklaring af. Ze noemt zichzelf ‘’de heilige getuige van de kerk’’. Ze vraagt niet om wraak maar om gerechtigheid. ‘’Ik vraag dat recht wordt gedaan met de hulp van God’’.

 

Dat laatste gebeurt maar mondjesmaat. Veel oud-SS’ers die ter plekke waren, doen hun eigen rol af als: ‘’Ik stond alleen op wacht’’, ‘’Ik heb niet geschoten’’ of: ‘’Ik moest bevelen gehoorzamen’’. Of ze verklaarden dat het gevaarlijk was bevelen te negeren. Onder de 21 beklaagden ook veertien Franse Elzassers die naar eigen zeggen gedwongen waren dienst te nemen. Acht dagen later neemt het Franse parlement een amnestiewet aan voor de dienstplichtingen uit de Elzas. Zij komen vrij.

 

Andere SS’ers verblijven in Duitsland en worden niet uitgeleverd. Het duurt bijna veertig jaar voordat oud-SS-officier Heinz Barth in 1983 erkent dat hij zelf had geschoten en bevelen had gegeven. Hij wordt - als één van de weinigen - tot levenslang veroordeeld.

 

Hoe verging het Marguerite Rouffanche? Ze leidt een teruggetrokken bestaan in het herbouwde Oradour. In 1969, 25 jaar na de massaslachting, geeft


ze een interview aan de Franse tv. Daarin houdt ze het bij feiten. Ze doet - met moeite maar zonder zichtbare emotie - verslag van wat zich 10 juni 1944 in Oradour afspeelde. Ze is 90 als ze in 1988 overlijdt. Ze wordt begraven op de begraafplaats naast het verwoeste dorp.

 

‘’Het was heel zwaar, want toen wij haar naar de begraafplaats brachten, brachten wij hen allemaal,’’ zou zijn gezegd op die dag. Als laatste getuige droeg ze de herinnering mee aan de 247 vrouwen en 205 kinderen die op 10 juni 1944 in Oradour-sur-Glane het leven lieten.

 

Ook de Peugeot 202 die als 82 jaar op het marktplein in Oradour staat, wordt in de jaren na 1944 aan een onderzoek onderworpen. Er zijn twijfels of de Peugeot (bouwjaar 1938 of 1939) wel eigendom was van dorpsdokter Jacques Desourteaux. De auto zou eigendom geweest kunnen zijn van een wijnhandelaar uit het dorp. Er is niemand meer om het na te vertellen, maar intussen zijn de restanten hét symbool van een daad van terreur die tot in de eeuwigheid herinnerd moet worden.


 
 
 

Comments


bottom of page